De Rechtlijnige (1)
Share:FacebookX

De Rechtlijnige (1)

Als je er niet van houdt wanneer mensen vijf beeldvullende selfies van zichzelf laten zien waarop ze er op alle foto’s wonderlijk genoeg exact hetzelfde uitzien, dan scoort iedereen met vijf uiteenlopende kiekjes als vanzelf een pluspunt. De Rechtlijnige had vijf verschillende kiekjes geplaatst en daarmee bij mij een pluspunt gescoord. Daartegenover stond dat ze geen profieltekst had, maar de mededeling: ‘under construction’. Ik vind daar dus ook wat van als mensen op een swipe app, waarbij geen enkele mogelijkheid bestaat een profiel over te slaan of er later nog bij terug te komen, als profieltekst schrijven ‘volgt nog’. Het is een wereld waarin er geen โ€˜laterโ€™ bestaat. Tot slot had de Rechtlijnige een aantal hobby-steekwoorden geselecteerd. Waaronder ‘kunst’. Ik heb dus een enorm zwak voor iedereen die kunst selecteert.

Toen we een match bleken, stelde ik die ene vraag die haar profiel bij me had opgeroepen: โ€˜Hi ๐Ÿ™‚ wat heb je met kunst?โ€™

De Rechtlijnige schreef dat ze graag naar musea ging. In Parijs was ze naar het Centre Pompidou geweest en in New York was ze ook ergens naartoe geweest. In zo’n groot museum wist ze zich dan lange tijd te vermaken!

Mij vroeg ze of ik kunstenares was, waardoor ik meteen begreep dat het haar was ontgaan dat ik simpelweg vroeg naar iets dat op haar profiel stond. In plaats daarvan had ze het een aparte vraag gevonden. Waarom vraagt iemand naar zoiets als kunst?

โ€˜Nee,โ€™ antwoordde ik. โ€˜Ik ben geen kunstenares, maar ik kan het iets heel moois vinden. Kunst kan lagen blootleggen die met het oog niet waarneembaar zijn, kunst kan onze wereld groter maken, rijker maken, ons doen verwonderen. Ik hou van verwondering.’ Misschien dat ik daarna nog over Alice in Wonderland ben begonnen.

De Rechtlijnige vond het mooi verwoord, maar wilde โ€“ first things first โ€“ nog steeds weten wat ik voor werk deed. Zo iemand was ze, die van iedereen altijd als eerste wilde weten wat diegene voor werk deed. Dat matcht niet met mij, dacht ik, maar vooruit dan maar. Nadat ik braaf had geantwoord wat ik voor werk deed en ook maar vroeg wat voor werk zij deed, ging het even helemaal los.

De Rechtlijnige werkte als product owner, wat ze in de volgende zinnen meteen afkortte tot PO. Ze was dus PO bij een softwareleverancier die ze met naam noemde (tussen haakjes vroeg ze me of ik bekend was met dat bedrijf) en hield zich vooral bezig met kunstmatige intelligentie. Vervolgens stuurde ze me de link naar haar LinkedIn pagina en vroeg me naar de mijne.

Ik schreef terug dat ik op de link had geklikt, maar haar profiel niet kon zien omdat ik dan moest inloggen en ik het benodigde wachtwoord niet paraat had. Zo’n LinkedIn iemand was ik: bewust niet kiezen voor ‘wachtwoord onthouden’, maar het wachtwoord ergens opkrabbelen, dat opruimen en vervolgens denken van dat gedoe af te zijn. Ik schreef haar niet alleen dat ik mijn wachtwoord niet wist (dat zegt het al), maar zette mijn LinkedIn-apathie extra dik aan door te zeggen dat ik het ook niet echt had ingevuld, waardoor het geen toegevoegde waarde had om erop te kijken. Het maakte niets uit, want de Rechtlijnige had haar zinnen op mijn profiel gezet en ze zou zichzelf niet zijn geweest wanneer ze die missie zou hebben gestaakt. Daarom vroeg ze me naar mijn volledige naam, want dan zou ze zelf mijn LinkedIn wel opzoeken.

Ik vond het prima dat ze me wilde opzoeken en gaf haar mijn naam. Prima is niet het juiste woord, want dat klinkt onverschillig en dat was ik niet. De gedrevenheid om alsnog mijn LinkedIn op te willen zoeken intrigeerde me, want hoe werkte dat? Had ze een enorm bord voor haar kop? Of was ze zo genadeloos doelgericht dat ze zich nooit iets van iemand aantrok? En als het dat laatste was, maakte haar dat succesvol in haar werk? Of juist niet? Kortom, ik voelde de mismatch groeien, maar tegelijk wakkerde dat mijn interesse aan.

WANSING