Torre de la Reina
Share:FacebookX

Torre de la Reina

Het dorp heeft iets. Meteen na het binnenrijden van het dorp Torre de la Reina zie je hoe keurig het erbij ligt. Naast de doorgaande weg loopt een strook openbare ruimte. Een breed wandelpad, aan 2 kanten geflankeerd met sinaasappelbomen. Hét handelsmerk van Andalusië.

Niet alle Andalusische dorpen liggen er zo goed bij. Dat hebben we geleerd van de eerste 2 dorpen die we hier hebben gezien. Het is een economisch arme regio. Wat dit dorp anders maakt?

In het barretje op het centrale plein is een loterijlot verkocht waarop een prijs van 17 miljoen euro is gevallen. Mijn vriendin oppert dat de prijswinnaar zijn geld weleens in het dorp zou kunnen hebben gestoken. Ik vind het een prachtig idee en ben meteen enthousiast. Een andere verklaring voor de goede staat van dit dorp heb ik niet.

Het barretje heeft een uitgeefluik. Je doet je bestelling aan het luik en neemt het ook zelf mee naar je tafel. Een niet afgenomen plastic tafeltje. Dat hoeft heus niet na iedere klant. Dorpsgevoel.

Naast het luik hangt een poster van de loterij waarop het bedrag voluit staat: 17.000.000 euro. Alleen het winnende lotnummer is met de hand ingevuld. Best gek eigenlijk. Vallen er dan zoveel prijzen van 17.000.000 euro dat het de moeite waard is om posters te drukken waarop het nummer nog moet worden ingevuld? Misschien worden die posters al opgehangen bij een prijs boven de 1000 euro. De kleine lettertjes kan ik niet lezen. Spaans.

Het dorpsplein klopt. Het voelt als zo’n ik-vertrek-moment. Het moment waarop je besluit te emigreren, omdat het gemeenschapsgevoel van het Spaanse dorp je te pakken heeft. Hier krijg je het hele leven mee. Hoe de zwerfhond met 3 poten gevoerd wordt door de bardame van het loterij-barretje. Hoe het andere barretje aan het begin van de avond voor de mannen is. Hoe het na achten overal mag. Aan dit plein kun je uren zitten om het allemaal mee te maken.

Het dorpsgevoel voelt oud. Als de kern van het leven. Alsof het hier al eeuwen zo gaat. Dus neem ik aan dat dit een oud dorp is, zonder nadenken. Het enige wat niet helemaal in het plaatje past is de kerk. Die komt duidelijk uit de jaren 1950.

Eigenlijk was het al te perfect. Vanaf de doorgaande weg met de sinaasappelbomen kun je afslaan naar de Hoofdweg (Calle mayor). De Hoofdweg leidt naar het Hoofdplein (Plaza mayor). Doeltreffende namen. Functioneel.

Zodra je de Hoofdweg inslaat zie je aan het einde de kerk al liggen. Het is te perfect. De lage, witgekalkte gebouwen om het plein heen hebben een zuilengalerij aan de pleinzijde. Het biedt schaduw aan de ontmoetingen op het gemeenschapsplein. Het plein voelt omarmd. Geborgen. Er zijn geen kronkelende straatjes. Alles keurig recht. Alles keurig in de witte kalk. Ook het stadhuis/postkantoor ligt aan het Hoofdplein. Uiteraard.

Er blijken 300 van deze dorpen te zijn. Bedachte dorpen. Vrijwel identiek. Dat lees ik als ik zoek naar redenen voor de keurige staat van onderhoud van het dorp.
De architect/hoogleraar architectuur Jean-François Lejeune heeft alle 300 dorpen bezocht. In het echt of online. Schijnbaar trof hij ze in de meeste gevallen in goede staat aan – er was weinig aan het originele plan gewijzigd – én goed onderhouden.

De dorpen zijn uit het niets gebouwd tussen 1940-1971. Gebouwd onder het regime van de dictator Franco, die door middel van binnenlandse kolonisatie de landbouw wilde stimuleren. Hoe dat voor de landbouw heeft uitgepakt dat weet ik niet. Het is geen rijk dorp. Grote huizen zijn er niet. Op het Plaza mayor is gratis gemeentelijke WiFi. Van de landbouw is het tegenwoordig weer lastig rondkomen. Niet ver buiten het dorp beginnen de enorme lappen grond met zonnepanelen. Boeren die hebben gekozen voor bestaanszekerheid en hun grond aan een energieplantage hebben verhuurd.

De dorpen zelf lijken in ieder geval een groot succes. Daar zijn hechte gemeenschappen ontstaan en fungeren de Hoofdpleinen precies zoals ooit beoogd.

WANSING